11 Maar er bestaan andere gezichtspunten en deze gezichtspunten werpen punten uit om naar te kijken. En tussen de gezichtspunten ontstaat er uitwisseling; maar de uitwisseling is nooit anders dan in termen van het uitwisselen van dimensiepunten.
12 Een dimensiepunt kan verplaatst worden door het gezichtspunt; want het gezichtspunt bezit, behalve creatief vermogen en consideratievermogen, ook wilskracht en potentiële onafhankelijkheid van handelen; en het gezichtspunt kan bij het kijken naar dimensiepunten veranderen met betrekking tot zijn eigen dimensiepunten of andere dimensiepunten of gezichtspunten. Aldus ontstaat alles wat ten grondslag ligt aan beweging.
13 De dimensiepunten zijn alle, klein of groot, vast. En ze zijn alleen vast omdat de gezichtspunten zeggen dat ze vast zijn.
14 Vele dimensiepunten vormen samen gassen, vloeistoffen of vaste stoffen van grotere afmetingen. Aldus is er materie. Maar het punt waaraan de meeste waarde gehecht wordt is bewondering en bewondering is zo sterk dat alleen al de afwezigheid ervan voortduring mogelijk maakt.
15 Een dimensiepunt kan verschillen van andere dimensiepunten en kan aldus individuele eigenschappen bezitten. En vele dimensiepunten kunnen soortgelijke eigenschappen bezitten, en andere dimensiepunten kunnen eigenschappen bezitten die soortgelijk zijn ten opzichte van zichzelf. Aldus ontstaan de eigenschappen van soorten materie.