21 Hier komt een continuïteit van gezichtspunt over de wisselwerking van dimensiepunten uit voort en dit, in banen geleid, is TIJD.
22 En er zijn universa.
23 De universa, dan, zijn drie in getal: het universum dat gecreëerd is door één gezichtspunt, het universum dat gecreëerd is door elk ander gezichtspunt, en het universum dat gecreëerd is door de gemeenschappelijke activiteiten van gezichtspunten, waarover overeenstemming bestaat dat het in stand gehouden moet worden het stoffelijk universum.
24 En de gezichtspunten worden nooit gezien. En de gezichtspunten beschouwen de dimensiepunten steeds meer als waardevol. En de gezichtspunten proberen de ankerpunten te worden, en vergeten dat ze meer punten en ruimte en vormen kunnen creëren. Aldus ontstaat schaarste. En de dimensiepunten kunnen vergaan en daarom veronderstellen de gezichtspunten dat zij zelf ook kunnen vergaan.
25 Aldus ontstaat dood.