7) de grond van het bestaan
8) een bron van bovennatuurlijke kennis en wijsheid
(b) gebruiken waarin gehoorzaamheid, verering of aanbidding naar voren komt;
(c) het collectieve karakter van het religieuze leven.
Hoewel oorzaken zelden deel uitmaken van definities van religie, wordt soms een confronterende ervaring met het spirituele in de omschrijving opgenomen. De consequenties en functies van religie worden als volgt aangegeven:
(a) handhaving van een morele gemeenschap
(b) het verlenen van een groepsidentiteit en/of individuele identiteit
(c) een oriëntatiekader
(d) een door mensen geconstrueerd stelsel van betekenissen
(e) gemoedsrust en troost aangaande het vooruitzicht op hulp en redding.
Godsdienst is altijd aan waarden en normen onderhevig, maar omdat iedere religie van de andere verschilt, streven godsdienstsociologen en vergelijkende godsdienstwetenschappers ernaar dit normatieve aspect te bespreken, zonder er zelf bij betrokken te zijn. De verscheidenheid aan geloofsovertuigingen, rituelen en organisaties is echter zo omvangrijk, dat iedere definitie van religie te onvolledig is om alle facetten die erover bekend zijn, te omvatten.