Later zou hij over zijn intense nieuwsgierigheid naar en zijn studie van de Aziatische cultuur schrijven: "Mijn belangstelling lag voornamelijk op het gebied van de godsdienst. Ik was gefascineerd door het boeddhisme en het taoïsme". Zijn interesse ging gepaard met verbazing over het menselijk lijden dat hij overal zag terwijl de slachtoffers beweerden te geloven in deze Oosterse godsdiensten. Hij kwam dan ook spoedig tot de conclusie dat hij diepgaander onderzoek moest doen om dit te kunnen begrijpen.
Hij kwam terug naar de Verenigde Staten waar hij zich liet inschrijven aan de George Washington Universiteit om een technische studie te gaan volgen. Als natuurlijk gevolg van de interesse die in Azië was gewekt, begon hij met een zoektocht naar wat hij toen noemde "de essentie van het Leven".
Daarom volgde hij één van de eerste cursussen in de kernfysica die in Amerika werd gegeven. Daar onderzocht hij de mogelijkheid of leven kon worden verklaard aan de hand van kleine energiedeeltjes. Hij vroeg zich af: Is het mogelijk dat we met deze nieuwe tak van de natuurkunde de levensenergie kunnen ontdekken? Dit opende de deur op een kier, maar het was dit soort methodiek dat hem naar een volledig wetenschappelijke benadering van spirituele vraagstukken leidde.